In de wandelgangen van onderwijsinstellingen hoor je het vaak: “Ik kom nauwelijks nog toe aan de kern van mijn werk.” Wat vaak wordt afgedaan als een standaard werkklacht, blijkt nu zwart-op-wit een urgent sectorprobleem. Recent onderzoek van De Nederlandsche Bank (DNB) laat er geen twijfel over bestaan: de sector onderwijs scoort van alle sectoren het hoogst op tijd die verloren gaat aan taken die niet tot de kern van het werk behoren.
De cijfers liegen niet: Onderwijs voert de lijst aan
De cijfers uit het DNB-rapport zijn confronterend voor iedereen die in het onderwijs werkt. Terwijl werkenden in Nederland gemiddeld één dag per week (20%) kwijt zijn aan niet-kerntaken, ligt dit aandeel in het onderwijs aanzienlijk hoger.
- Hoogste ervaren druk: Maar liefst 58% van de werkenden in het onderwijs vindt de tijd die opgaat aan niet-kerntaken (te) veel. Dit is het hoogste percentage van alle onderzochte sectoren.
- Vergaderen als grootste tijdvreter: Van alle ballast worden ‘vergaderingen en overleg’ landelijk het vaakst genoemd als activiteiten die meer tijd kosten dan nodig is om het werk goed uit te voeren.
- Communicatie-overload: Specifiek in het onderwijs ervaren bijna zeven op de tien (67%) medewerkers ‘communicatie en overleg’ (zoals vergaderen en e-mail) als een grote bron van onnodige werklast.
Sociale Innovatie: De regie terugpakken
Bij Yabbu zien we dat het aanpakken van deze ‘vergaderziekte’ verder gaat dan alleen strenger timen. Het is een vorm van sociale innovatie. Een opvallend inzicht uit het rapport is namelijk dat werkenden aangeven dat deze tijdverspilling voor het grootste deel (twee derde) voortkomt uit interne afspraken en gewoonten.
Dit is eigenlijk goed nieuws: het betekent dat instellingen grotendeels zelf ‘aan de knoppen zitten’ om de wendbaarheid te vergroten door hun eigen overlegcultuur te moderniseren.
Technologie als de noodzakelijke ‘Enabler’
Om hardnekkige patronen écht te doorbreken, is software de noodzakelijke versneller. Uit het onderzoek blijkt dat organisaties die al actief beleid voeren om ballast te verminderen, technologie en het beter gebruiken van software zien als dé oplossingsrichtingen.
De juiste technologie maakt nieuwe werkvormen – zoals asynchroon informatie en standpunten delen – direct schaalbaar. Dit stelt teams in staat om:
- Informatie vooraf te verwerken, zodat de kostbare vergadertijd gehalveerd kan worden en de focus teruggaat naar besluitvorming.
- Transparanter te werken, waardoor de noodzaak voor eindeloze bijpraat-sessies vervalt.
- De regie terug te geven aan de professional, die weer toekomt aan lesgeven en onderwijsvernieuwing.
De belofte: Meer productiviteit én werkplezier
De urgentie is groot, maar de potentiële winst is dat ook. Volgens de respondenten in het DNB-onderzoek zou het terugdringen van deze ballast leiden tot:
- Hogere productiviteit: 69% verwacht direct meer werk te kunnen verzetten.
- Betere kwaliteit: 40% geeft aan dat de kwaliteit van het werk momenteel lijdt onder de druk van niet-kerntaken; dit kan dus direct verbeteren.
- Meer werkplezier: Minder ballast betekent meer ruimte voor de passie voor het vak.
Conclusie: Het onderzoek van DNB is de ultieme wake-up call voor het onderwijs. Het is tijd om de verouderde overlegcultuur te doorbreken. Door sociale innovatie te combineren met de juiste technologische ondersteuning, maken we de weg vrij voor een wendbare organisatie waar de kerntaak weer op nummer één staat.
Benieuwd hoe jouw instelling de transitie kan maken naar een efficiëntere overlegcultuur? Laten we samen de patronen doorbreken.



